Tuesday, April 11, 2006

Wandelen

Een beetje hond zou elke dag een uurtje moeten wandelen. Een paar keer per dag een kwartiertje is op den duur toch onbevredigend, de hond moet zich even kunnen uitleven.

Baasjes zouden er goed aan doen elke dag minstens een half uur gematigd intensief te bewegen. Vanwege hun Body Mass Index, zullen we maar zeggen. Kortom, voor mens en hond is niets zo gezond… als een wandeling in de frisse buitenlucht.

De hond dient vrij te kunnen rennen en snuffelen, niet aan de lijn, dat spreekt vanzelf. Het onderwerp krijgt niet veel media coverage maar er woedt een vruchteloze discussie tussen boswachters en wandelaars over het verschil tussen herders, hoeders en jagers. Vooralsnog is deze kwestie in het voordeel van de boswachters beslist. Dit betekent dat de actieradius van de hondenwandelaar beperkt is. Alle bezittingen van Natuurmonumenten zijn taboe en het lidmaatschap kan dus opgezegd. Voor de niet-wandelaars onder ons, nog even een korte uitleg over het verschijnsel begrazing. Volgens de natuurlobby kan heide alleen voor het nageslacht bewaard worden door er buitenmodel runderen in uit te zetten. Deze vervaarlijke, vreesaanjagende en vraatzuchtige vreetmachines zijn exoten en detoneren in alle opzichten in een gemiddeld Hollandse heidelandschap. Een gehoorzaam Natuurmonumentenlid is doodsbang voor die beesten. Maar bovenal kan iedere geïnteresseerde natuurvorser zo vaststellen dat deze grazers alles opeten, bos, heide, gras, distels, het maakt niet uit. Omdat het machines zijn, komt er bovendien veel meer uit dan er in gaat. Begrazing en wandeling gaan niet goed samen, en al helemaal niet met een loslopende hond.
We zijn dus gelimiteerd.

Het komt erop neer dat we elke dag in hetzelfde bos een zelfde rondje lopen. Een wandeling duurt anderhalf uur. Deelnemers: de bordercollie, de oud-duitse herder, het verwende Italiaanse dameshondje Gigi en twee baasjes. Dag in dag uit, jaar in, jaar uit. Seizoenen wisselen elkaar af. Gastwandelaars zijn gekomen en gegaan.

Wat blijft, is allereerst de vriendschap van de drie hondjes. Een man, twee vrouwtjes. Hij beschermt hen, zij durven alles met hem erbij. Nooit heeft hij geprobeerd avances te maken bij zijn vrouwtjes. Dat komt omdat ze elkaar al vanaf pup kennen. Net als de baasjes, die ooit samen brugpieper waren.

Het begon met het doornemen van het nieuws. Paars II, Volkert, Van Gogh, de Volksschrijver, het is allemaal wandelend doorgenomen en verwerkt. Daarnaast prikt mijn wandelvriend om de dag een vorkje in een trendy restaurant, zodat we altijd op de hoogte zijn van the place to be.

Het leven van mijn wandelvriend lijkt nog het meest op een soap. Men wordt ziek, gaat dood, raakt verliefd en pleegt overspel.

Mijn hond is mijn vierde kind, zijn hond is zijn enige kind. Daar gaat het over.

En overigens ben ik van mening dat aardige honden gewoon los mogen lopen.

Tuesday, April 04, 2006

Schrijven

gumbah

2.5 Miljoen Nederlanders schijnen, dreigen of blijken een boek te schrijven. Volkert van der Graaf is druk bezig en Leontine Borsato heeft het hare al af. Ook Gordon staat op het punt, na twee dieetboeken, een echt boek af te scheiden. Hij weet nog niet precies wat voor een boek maar schatert vast vol voorpret dat Mulisch niet bang hoeft te zijn.
Twee vragen komen op.
Wat is het verschil tussen een echt boek en een dieetboek? Laten we vooralsnog maar aannemen dat een boek gewoon een boek is.
Hoe ziet dat er uit, 2.5 miljoen schrijvende bekende en iets minder bekende Nederlanders. Baby’s en bejaarden tellen niet mee, daklozenkrantverkopers en gestresste managers ook niet. In elk gezin zit dus wel iemand te ploeteren. Met de pen, op een antieke IBM met bolletje of simpelweg op de laptop. Nee, nu even niet, mama is aan het schrijven. Wat schrijf je dan? Nou gewoon, een novelle en hou nu je kop dicht.

Wat zou al die schrijvers drijven?
Helpt het, om het van je af te schrijven? Werkt het mischien louterend? We zouden het eens aan de buurman kunnen vragen, die blijkbaar in het geniep aan zijn raison d’être zit te sleutelen. Hij is in het dagelijks leven verkoopmedewerker binnendienst maar werpt na vijven het grauwe kantoorklofje van zich af om zich onder te dompelen in de wereld van fantasie en spanningsbogen. Wanneer doet hij dat dan trouwens? Ik zie hem voor de tv, bij de Gamma en op weg naar de Arena. En anders wast hij de auto. Nu we het erover hebben, ik zie ook nooit iemand een boek lezen. Een enkele keer, in de trein, zie je nog wel een nerd met z’n neus in de quantummechanica. In bed, we lezen in bed, zeggen sommigen. Wat dan, zou je moeten vragen. Wedden dat het Nicci French is. Of de Elsevier. Ik dwaal af.

Misschien zou je het anders moeten benaderen: voor alle boeken is een markt, hoe klein soms ook. Vraag schept aanbod en omgekeerd, dat is nou eenmaal een economische wet. Het is allemaal de schuld van het internet. Vroeger was er in de kwaliteitsboekhandel op de hoek maar plaats voor een paar duizend boeken. Nu is er onbeperkte ruimte op de planken van Amazon.com. De som van de lezers van al die onbeduidende schrijfsels is vele malen groter dan die van alle bestsellers bij elkaar. De nieuwe Nicci French brengt veel op, maar het ‘echte boek’ van Gordon zal straks ook z’n weg vinden. De eerder verschenen dieetboeken zijn toevallig niet meer leverbaar, klaagt Gordon, maar een ander dieetboek is zo gevonden, besteld en bezorgd. Een reisverhaal of een bekentenis over elk onderwerp dat je maar kunt bedenken is morgen in huis. Vraag schept schrijvers.

Harry Mulisch hoeft inderdaad niet bang te zijn.