Ameland
Het einde van de wereld. Zo van de veerboot het Oerd in. En, de naam zegt het al, daar is inderdaad helemaal niets meer. Geen super de boer, geen pannenkoekenhuis, geen spannende uitkijkpunten of idyllische glijbanen. Helemaal niets.
Ok, er is een uitkijkhut van Staatsbosbeheer. Denk aan de natuurhut op Wim de Bie’s weblog. Zo iets, maar dan op z’n Amelands. Groot, leeg en geen kip.
Daar heb je even niet van terug. Het wad. De Noordzee. De duinen. Het helmgras. En nog vele duizenden bijzondere grassen en distels en pollen, maar daar weten we even de namen niet van. De waterhoentjes kwetteren er vrolijk op los. Dit is het absolute niets. Het is wel mooi hoor, zeker wel. Maar gemakkelijk is het niet. Laten we het er maar op houden dat je je er voor moet open stellen. Als er bijvoorbeeld een mooi muziekje bij zou zijn. Of een leuk terrasje. Maar dat is het juist, met Ameland in het algemeen en met het Oerd in het bijzonder. Er is helemaal niets. Je kunt dus net zo goed in bed blijven, in je jaren 50- zomerhuisje. Heel geruststellend.
Toch is het wonderlijk dat zovelen, weliswaar voor het grootste deel Duitsers, een poging lijken te doen om het raadsel van Ameland te doorgronden. Dat stemt op zichzelf wel hoopvol. Ze verzamelen zich voornamelijk in de dorpjes Hollum, Ballum, Buren, Nes (tip: deze opsomming leent zich heel goed voor een mantra) maar zwermen ook voorzichtig uit, richting Oerd.
Lang voordat ze daar beland zijn, draaien ze weer om. Windkracht 7, altijd tegen. We zijn er, dit is het toch? Heel mooi die grasjes en die zee in de verte. We hebben wel een wit biertje verdiend.
Waar vind je dat nog? Helemaal in je eentje aan het einde van de wereld je zonden overdenken? Al dan niet in bed? Op maar een halve dagreis van de Randstad!

