Logé
Toen ze klein waren werden ze ‘terrible two’ genoemd. Nu kijk ik weemoedig terug op die idylle. Ze gingen om te beginnen lekker om half zeven naar bed en, al stortten ze zich af en toe krijsend op de vloer van de supermarkt, ze waren over ‘t algemeen heel gezeglijk. En dan neem je toch gewoon een avondkrant?
Tegenwoordig kun je niet eens de deur uit: bij thuiskomst staat de ijskast wagenwijd open en hebben de buren net de wijkagent ontboden vanwege een aanhoudende house-dreun. De krant on-line is onbereikbaar, alle computers en laptops zijn gecrasht vanwege dat vermaledijde MSN-chatprogramma. En anders zijn ze net een heel chill muziekje aan het downloaden.
En als je dan denkt dat je alles wel gehad hebt, nergens meer van staat te kijken en rustig op zaterdagavond voor de Godfather zit, dan… komt ze een uur vroeger thuis dan is onderhandeld. Waarom ben je nog op? Ik heb iemand meegenomen. De door de wol geverfde moeder sprint naar boven, dit lijkt me echt iets voor een daadkrachtige vader. Verstijfd liggen we in ons ouderlijk bed. Zou die pukkelige schriele engerd er überhaupt nog zijn en zo ja, waar bevindt hij zich op dit moment? ‘s Ochtends verkeren we nog steeds in moordende onzekerheid. Bezoek wordt fluisterend ontvangen en op de hoogte gesteld van de kwestie. Is ‘ie er nog of is ‘ie al weg? En als ‘ie er nog is, moet hij dan mee-ontbijten?

