Tuesday, May 29, 2007

Gezelschap

Er gaat niets boven een kwaal als gezelschapsdame.

Ik ga er hierbij van uit dat een kwaal een dame is. Een ziekte is natuurlijk vrouwelijk, net als het Franse Maladie. Malheur is dan weer mannelijk, dat overvalt je op ingrijpende, onverwachte en brute wijze maar dan ben je er ook weer vanaf.

Een ziekte of een kwaal heeft een heel ander karakter. Het sloopt, het sluipt, het zeurt maar door. Elke dag, elk moment, het is er altijd. Zonder kwaal heb je niks te doen. Geen ijskompressen, smeersels of steriele windsels, geen pillen, dokters of ziekenhuisbezoeken. Ook geen stof voor diepgaande gesprekken met medeouders op het schoolplein, met de buurvrouw of met de bakker.

Mij is met de paplepel ingegoten dat het niet netjes is om over je gezondheid te klagen. Niet comme il faut. Mocht er toch sprake zijn van een ziekte of gebrek, dan was het hooguit gepermitteerd op meelevende toon te informeren naar de ernst van de aandoening. Veel voor te zeggen, nog steeds. Later werd mij duidelijk dat in het kantoorleven, bijvoorbeeld, hele andere normen van kracht zijn. Bij ziekte kun je niet volstaan met de feitelijke melding, je wordt verondersteld breed uit te weiden over de kleur van de ontlasting en de aard van het opgehoeste slijm. Met minder kom je niet weg. Onsmakelijk blijft het, bovendien zou het niemand anders dan de gediplomeerde dokter iets aan moeten gaan wat er scheelt.

Terug naar de kwaal. Als god en iedereen je verlaten heeft, heb je altijd nog je migraine, maagzweer of depressie. Waar of niet? Het zou maar een ongezellige boel worden, zo zonder. Bovendien dient de angstige buitenwereld bezworen te worden en dus geordend. Een kwaal geeft houvast. En ook een alibi trouwens, om er af en toe even de brui aan te geven. Het leven is al veeleisend genoeg, voor je het weet vergeet je je baby in de auto.